| Bestek deel 5 (Grote kerk) |
|
|
|
| Geschreven door Be Leffers, geplubiceerd door Jan Pentinga. | |
| Woensdag, 14 februari 2007 | |
|
De Grote kerk heeft haar bestek terug (deel 5)
Het dak van de kerk bestaat uit 8 gesloten spanten en 2 kielspanten. Alle houten constructiedelen in de kap worden in het bestek nauwkeurig beschreven, incl. houtsoort en aantallen; en dat zijn er nogal wat.Weet u, wat blokkeels, hoekkepers of straalsparren zijn? “Het beschoten dak van hout moet gedekt worden met blauwe Muldenpannen”; deze zijn tijdens de restauratie vervangen door een betere soort pan. In het dak zaten 3 dakramen die de koster open kon doen, op de galerijen, met een koord die over katrollen liep. Kuipers beschrijft uitvoerig het plafond in de kerk (zijn handelsmerk)“Van Amerikaans grenen schroten 18 mm. dik, met 4 uitgezaagde rozetten, met lijstomtimmering waarboven elk 2 stuks draaibare luiken, voorzien van koordkatrol, muurleiders enz. tot op de banken, zodat de koster ze gemakkelijk kan openen”. Vóór 1925 was dit nodig omdat er in de kerkruimte ( met kolenkachels) smog was. Vandaar ook dat de dakramen open konden en veel ventilatieroosters met kleppen in het muurwerk zaten. Met de restauratie zijn deze verdwenen. Opvallend is: “dat de plafondschroten, op keur van de Directie, moet worden betrokken van de plaatselijke Houthandel Fa. Meihuizen en Zn. tegen een prijs van f 1,65 per m2.”. Er zijn geen zolderplanken aangebracht. Alleen een paar loopplanken boven het plafond; hierop is bezuinigd. Tjeerd Kuipers integreerde de toren in de voorgevel van de kerk; wel met een voorsprong, naast de hoofdingang, aan de Oosterdiepkant. Dit was de belangrijkste door-voerroute van Wildervank. Het mooiste buitenornament is rechts van de hoofd-ingang op de voorgevel, een zittende adelaar van zandsteen; symbool van de op de kerk neerdalende genade van de Geest. Aan Westerdiepkant zijn de deuren even groot, maar deze ingang is soberder uitgevoerd. In verhouding tot de hoogte is de toren slank uitgevoerd, vooral de torenspits. Het bijzondere aan de spits is, dat het van vierkant metselwerk met ornamenten gecompliceerd overgaat in een ongelijkzijdige achtkant, maar toch identiek uitkomend in het bekronende koepeltje. (hoogstaande architectuur) Opvallend is dat deze op de bestektekening met meer rijkelijke uitbouwsels is getekend, dan in werkelijkheid is uitgevoerd. In het bestek wordt beschre-ven “dat de Aannemer moet rekenen voor bekleding van het koepeltje met bekroning op 1000 kg. 20ponds lood en voor de spits met haan f 100,00 inkoop”. De spits is bekleed “met echte Rijnsche leien, gesorteerd. De leien scherp in verband gehakt” (vakmanswerk).Opmerkelijk is dat “in de spits een roefluik moet worden aangebracht, voor de vlaggestok”. Kennelijk moet men uit de verre omgeving zien dat de kerk koninklijk gezind is. Het uitsteken van de vlag en het weer binnenhalen is een “kwelling”voor de koster. Ook schrijft Kuipers voor:”in de toren galmgaten met borden voorzien, van grenenhout, t.b.v. een luidklok”. Deze luidklok is er nooit gekomen; ook niet na de fondswerving na de blikseminslag in de toren. De gereserveerde f 200,00 is schijnbaar in de dagelijkse kerkkas gekomen. Toch past een luidklok bij het huidige protestantisme. Wie weet, wordt een luidklok nog ooit eens aangebracht; vóór het 100 jarig bestaan van het kerkgebouw, in 2011? Wordt vervolgd…. Namens de Monument.-en Concertcommissie, Bé Leffers. |



