| De Grote Kerk heeft haar bestek terug ( 7 ) |
|
|
|
| Geschreven door Be Leffers, geplubiceerd door Jan Pentinga. | |
| Dinsdag, 17 april 2007 | |
|
Het interieur van de kerk. “Het grootste gedeelte van het zichtbaar binnenmuurwerk en de bogen moeten met een kalkmortel worden gestuct en in stuifkalk en pleister helder wit afwerken met ingeschifte voegen, volgens teekeningen. Dit geldt ook voor de preeknis en de naast.-en boven gemaakte rechthoekig met bovenboog-vormige openingen en sparingen, uitgevoerd met afgerond en afgeschuinde kanten en ingesneden detailleringen (Stijl: Neo-Byzantijns) alsmede de balustrade ’s onder de grote ramen. Aan de kolommen en orgelboog getrokken lijstwerk aanbren-gen voor ornamentenwerk; als kapiteelen, draagkorven enz. Te rekenen f 175,00. Het aanbrengen is voor de aannemer”. Architect Tjeerd Kuipers schrijft verder “houten vloeren van 16 cm. breede planken, aan de bovenzijde geschaafd”.Ameublement: Te leveren en te stellen 365 meter bank met rugschot en lezenaar, incl. voetenplank”. Kuipers stelde de banken waaiervormig op (rondom het Woord) Abraham Kuyper, de voorman van de Gereformeerden, was hier groot voorstander van. De goed doordachte opstelling houdt in dat iedere kerkganger, waar men ook zit, de predikant op de kansel kan zien. Vroeger zaten veelal de “welgestelde” boerenfamilies, de fabrikanten en de groothandelaars in de rijen banken achter het schip “onder de klok”. De “minderbedeelden”zaten in het schip. Het predikantsgezin had een vaste bank; de bank vóór de huidige kostersbank.Het kostersgezin zat toen, van binnenuit gezien, links naast de hoofdingang aan Oosterdiepzijde. Vanaf die plek had de koster een totaal overzicht. Tot 1923 bracht de zitplaatsenverhuur veel inkomsten op. Maar er kwam veel discussie over. Nadien werd besloten om de zitplaatsen te verhuren voor een éénmalig vast bedrag of de kerkelijke bijdrage te verhogen. Ook werd besloten dat 3 minuten voordat de predikant en de kerkenraad binnen-kwam, alle zitplaatsen vrij te geven; dit werd aangegeven door een rood lampje onder de klok. In begin jaren vijftig van de vorige eeuw werd de bankverhuur afgeschaft. Tóch bleven er zitplaatsen waar “gereserveerd” op de lezenaar stond.“De voorschotten voor de bankenrijen moet uitgevoerd worden met klepzettingen en klepijzers”. Deze werden, als alle banken volzaten, uitgeklapt; de zgn. klapbanken. In de jaren zestig was koster Jan Schuringa zeer snel en bedreven in het uitklappen van deze bankjes. De banken waren vaak nodig als er s’ middags een welkomstdienst was of als Ds.Zelle voorging in de dienst. Met de restauratie van de kerk zijn 2 looppaden naar de grote ingangen verbreed, waardoor er meer ruimte is gekomen voor rouw.-en trouwdiensten. Ook zijn de banken in het schip vervangen door stoelen. Dit is een goede keuze geweest en het is historisch verantwoord. Ouderen en kerkgangers met lichamelijke klachten kunnen nu ook nog de erediensten bijwonen. Bovendien is de kerk hierdoor multifunctioneel geworden voor concerten, doordat orkesten opgesteld kunnen worden in het schip. Een schril contrast (vroeger en nu) dat de klapbanken nu niet meer nodig zijn. Bij de beide ingangen, aan weerszijden van de kansel, zijn ze soms nog uitgeklapt, maar dan met een stapeltje programma’s of liturgieën erop. Wordt vervolgd….. Namens de Monument.-en concertcommissie Bé Leffers.
|



