| De grote kerk heeft haar bestek terug ( 8 ) |
|
|
|
| Geschreven door Be Leffers, geplubiceerd door Jan Pentinga. | |
| Woensdag, 16 mei 2007 | |
|
Het interieur van de kerk.
Architect Kuipers schrijft in het bestek: “Tegen de portalen, aan de voor.-en achtergevel en de noordgevel, luifels te maken met daaronder boven de banken een houten lambricering. De 4 kerkeraadbanken (op het podium) samen te stellen volgens teekeningen, met draaibare deurtjes in paneel bewerkte voor.-en eindschotten. De zitting hol geschaafd, voorzien van een lezenaar en voetplank. De rugleuningen dicht te kleeden tot op de vloer. Bij de kerkeraadbanken een lambricering in paneel, in vereeniging met de zijdeuren”. (In de volksmond werden deze kerkenraadbanken “geitehokken” genoemd). Rechts, vanaf de kansel gezien, zaten de ouderlingen en links de diakenen. In de beginjaren zestig van de vorige eeuw, zijn de kerkenraadbanken verwijderd, incl. het doophek en de lezenaar; waarachter de ouderling de Schriftlezing deed. Huisaannemer/Timmerman Van Kelckhoven (kerklid) heeft het podium toen aangepast, zoals het nu nog is. Het verschil van toen en nu is, “dat alle timmerwerk en de kozijnen op het werk moet worden gemaakt”. Tegenwoordig wordt dit prefab aangevoerd. Volgens het bestek mochten “alleen de deuren, architraven enz. worden gemaakt in één der Nederlandsche timmerfabrieken”. Kansel: Kuipers ontwerpt “een platvorm kansel, in een diepe halfronde blinde nis” (preeknis). Hij paste dit in bijna al zijn te ontwerpen kerken toe; hij werd ook bekend door deze mooie binnenarchitectuur. Hij rekende af met de hangende preekstoel met klankbord, zoals gebruikelijk was. Abraham Kuyper, de Gereformeerde voorman, schrijft in zijn spreekbuis “de Heraut” over eredienst en Gereformeerde kerkbouw: “Een kansel moet geen afgesloten, hooge, holle, sombere bloemkelk zijn, waar halverwege een mensch uitkomt, maar een preekplaats in het midden van, en zo dicht mogelijk bij, de gemeente. De zetels van de ambtsdragers behoren op het podium. De kanselplatvorm moet hoog en ruim zijn, om met stemverheffing, gebaren en vermaning het Woord te verkondigen”. Architect Kuipers voorzag de kansel aan weerszijden van een trapopgang met koperen leuningen en houten draaihekjes. Vanuit de kerk gezien is de trap links voor de predikant en rechts is de opgang voor de diaken of de koster“die tijdens de dienst nog iets te melden had aan de predikant”. De kansel is aan de onderkant voorzien van marmeren platen met daarboven eikenhouten panelen met lijstwerk, voorzien van houtsnijwerk; uitbeeldend de 4 evangelisten. Ook de achterzijde van de preeknis is voorzien van fraai paneel.-en lijstwerk. De lezenaar op de kansel wordt ondersteund door consoles met houtsnijwerk. Opvallend is, dat het bestek aangeeft: “voor lezenaar met doophek en preekgestoelte zal de aannemer in zijne bereekening opnemen een som van f 400,00 welke verrekend zal worden. De Directie heeft het recht deze werken door derden te laten uitvoeren”. Het werk werd gegund aan de plaatselijke meubelmaker, tevens kerklid, Sj.Heuving; deze maakte veel meubels in opdracht, voor “welgestelde” kerkleden, ook voor de Fam.Bosch. Vakman Heuving werkte samen met de bekende Veendammer beeldhouwer/houtsnijder Ter Reegen; deze heeft vermoedelijk het houtsnijwerk (4 evangelisten) gemaakt. Het is het vermelden waard dat, toen de kerkenraadbanken op het podium waren verwijderd, de ambtsdragers diverse omzwervingen hebben gemaakt; eerst opzij, dan voor in het schip (met armleuningen en zonder armleuningen) in de banken. Het lijkt er op, dat ze hun vaste stek nu wel gevonden hebben. Er wordt in monumentenkring geopperd, of de kerkenraad-banken wel van het podium verwijderd hadden moeten worden. Eén ding is zeker, het interieur van de kerk is hier wel protestantser door geworden.
Wordt vervolgd…..,
Namens de Monument.-en concertcommissie, Bé Leffers.
|



