| De Grote kerk heeft haar bestek terug (13). |
|
|
|
| Geschreven door Be Leffers, geplubiceerd door Jan Pentinga. | |
| Zondag, 6 April | |
|
Op 28 juli 1910 wordt de bouwvergunning verleend en begin augustus wordt door de kerkenraad, de aannemer en de borgen het contract getekend. Men begint direct met de bouw. “Buiten en behalve het toezicht van den Architect, stelt de besteder een dagelijksch opzichter aan, met de goedkeuring van Architect Tjeerd Kuipers”. Aangesteld wordt bouwkundige Dhr. Brouwer en “….hij moet bovenop de aanneemsom, door den kerkeraad betaald worden. Het honorarium wordt vastgesteld op f 90,00 per maand”. De kerkenraad was uitgegaan van f 80,00 per maand; dat was weer een tegenvaller. De bouwtijd is zeer kort: “…. de werken moeten glas.-en waterdicht worden opgeleverd, voor of op 15 november 1910, uitgezonderd den toren en daarna geheel voltooid en voor de eerste maal opgeleverd worden, den 1sten maart 1911”. Uit overlevering blijkt, dat tientallen grondwerkers, tientallen metselaars – opperlieden - en sjouwers en een grote groep timmerlieden door de aannemer zijn ingezet. Nog nooit eerder had zo’n grote bouw, in zo’n kort tijdbestek plaatsgevonden in Wildervank. Het is vrijwel zeker dat Joan A.J.Trip metselstenen, kalk en cement heeft geleverd; welk belang had hij anders om borg te zijn? We mogen aannemen dat Hinderk Bosch bemoeienis heeft gehad met de levering van het hout; als houthandelaar kende hij de Fa.Meihuizen. De materialen werden hoofdzakelijk met schip aangevoerd en uit de naaste omgeving met paard en wagen. De Architect schrijft in het bestek: “Dat minstens voor de helft alle metselmortel voor den aanvang der metselwerken moet zijn aangevoerd op het werk, waardoor hij in de gelegenheid wordt gesteld, de voor de keuring vereischte proeven te nemen. De kosten van de proeven op het proefstation komen voor rekening van den aannemer”.De architect geeft uitgebreid de mengverhoudingen aan en wijst er op goede kwaliteit te gebruiken; waaruit blijkt dat hij degelijkheid nastreefde. Tegenwoordig is het geleverde materiaal al verpakt en is dus al beproeft voordat het de fabriek verlaat. Alle bouwmaterialen vallen nu onder het “Bouwstoffenbesluit”; alleen uit beton wordt op de bouwplaats nog wel eens een proefmonster genomen. Kuipers schrijft verder in het bestek:”… dat transporten en opslag van alle materialen voor rekening van den Aannemer zijn”…..” en dat de aannemer gedurende de uitvoering de vrije beschikking over de bouwplaats heeft, waaronder in deze wordt verstaan de aan te wijzen oppervlakte terrein; ten opzichte van materialen, loodsen enz. die niet op dat terrein kunnen geplaatst, is de aannemer onderworpen aan de bepalingen der Politieverordeningen op het gebruik van openbaren Gemeentegrond en openbaar Gemeentewater”: Ooster.-en Wester-diep (eigenaar Waterschap). Vervolgens neemt hij op: “Geschillen en werkstakingen”. “Bij geschillen in de uitvoering, drie deskundige scheidsmannen te benoemen; één door den Directie of Aanbesteder, één door den Aannemer en de derde scheidsman wordt door beiden benoemd .Georganiseerde werkstakingen in 3 hoofdbouwvakken van dit werk zullen als force majeure (overmacht) worden beschouwd”. Deze zaken hebben zich niet voorgedaan. Al het ijzerwerk werd door de Aannemer gegund aan Smederij Derksema te Wildervank. In de kerkelijke gemeente kwam nog enige commotie, omdat Derksema geen lid van de Gereformeerde kerk was. De smederij van Derksema stond schuin tegenover de boerderij van de Fam.Bosch; waarvoor hij ook smidswerk verrichtte. Gezien het vele ijzerwerk, waaronder de forse trekstangen in de toren, de zware ophanghaken voor de kroonluchters en de fraai uitgevoerde deurneuzen en gehengen, moet dit een grote opdracht voor Derksema zijn geweest. Als we al dit ijzerwerk nu bekijken, dan kunnen we gerust vaststellen dat hij een vakman is geweest. In art. 33 van het bestek worden de assurantiën opgenomen: “De aannemer is verplicht voor zijne rekening het werk gedurende de uitvoering, tot aan de volledige oplevering en goedkeuring, bij solide assuradeurs ten volkome genoegen van den Besteder tegen brandschade te assureeren voor de volle waarde van het daaraan verwerkte, en zal hij de assurantie moeten verhoogen naar gelang van den voortgang der werkzaam-heden. Ook verzekert de aannemer den dagelijkschen opzichter tegen het volle salaris bij een maatschappij, ter goedkeuring der Directie”. De bouw verloopt voorspoedig, totdat in de herfst, door een storm, de net aangebrachte torenspits er afwaait. Kosten: f 200,00. Een volgende tegenvaller voor de kerkenraad, want in de assurantiën was geen stormschade opgenomen. wordt vervolgd…………… Bé Leffers. |



