Bestek deel 3 (Grote Kerk) PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Be Leffers, geplubiceerd door Jan Pentinga.   
Woensdag, 17 januari 2007

De Grote kerk heeft haar bestek terug (deel 3)

 

Het bestek - 1e  gedeelte.

Architect Tjeerd Kuipers zijn opgemaakt bestek bestaat uit 24 blz., in boekvorm gedrukt, door Handelsdrukkerij “de Brakke Grond”te Amsterdam.  Het bestek begint met: “Bestek en Voorwaarden waarnaar voor rekening van den KERKERAAD der GEREFORMEERDE KERK te WILDERVANK zal worden aanbesteed: het bouwen van een KERKGEBOUW met toren, met bijlevering van alle materialen, transporten en werkloonen”. (de laatste 2 omschrijvingen worden nu niet meer gebruikt. Alles wordt franco werk geleverd en men maakt hoofdzakelijk gebruik van onderaannemers en ingehuurde werkkrachten)Kuipers schrijft veel standaard bepalingen voor bouwwerken in het bestek. Bij het ontgraven van de bouwput moeten, waar nodig, de oude funderingen van de vorige kerk worden uitge-broken en een stuk muur van Concordia. “De afkomende steen kan na goed schoongemaakt en gesorteerd te zijn, gebruikt worden op plaatsen door de Directie aan te wijzen”.Opmerkelijk is, dat een groot deel bruikbare gevelstenen, van de al eerder gesloopte kerk, vermetseld zijn in de graandrogerij /schooninrichting van de Fam.Bosch. (U kunt dit nog zien aan de zijmuur van de schuur aan de Werkhuisweg, aan de achterkant van Raadhuiskade 71).Kuipers omschrijft: “degelijke gemetselde fundamenten op de vaste zandlaag, met een aanlegvoet voor de kerkmuren, voor het grootste gedeelte 5 steens: ca. 1,10 mtr. breed. Onder de toren een monierplaat”. (u moet dat zien als een zool onder de aanlegvoet). Als peil wordt aangegeven bovenkant vloer, in het midden-ruim der kerk (schip), 45 cm. hoger dan de omliggende bestrating; maaiveld. De vaste zandlaag zit op ca. 2,55 m.-peil; volgens het bestek, maar in werkelijkheid is het op sommige plaatsen dieper. Bijzonder is dat Kuipers in die tijd al prefab bouwelementen voorschrijft, nl. “cementfundatieringen later gevuld met beton en opstorting, onder de dragende zuilen/portalen, vloeropleggers en onder de noordgevel Concordia”. Pikant detail, tijdens de restauratie van de kerk bleek dat de betonringen niet onder de vloerleggers waren aangebracht. De aannemer bezuinigde hierop of kwam in tijdnood en metselde de vloerstiepen zo op de veengrond! We kennen dit niet als de stijl van Kuipers; hoogstwaar-schijnlijk heeft hij dit niet geweten.“Alle fundamenten moeten in den droge worden aangelegd”. Dat hield in, dat 24 uur per dag de uitgegraven fundatie-sleuven, met kattekop slobberpompen op handkracht, moest worden bemalen; het moet een worsteling zijn geweest! Het water kon geloosd worden in de middensloot; het waterpeil van deze sloot was ook de grondwaterstand. Men beschikte toen nog niet over elektrisch aangedreven bronbemaling, zoals nu in bouwputten wordt gebruikt; zoals b.v. in de bouwput Nijverheidsstraat/hoek 18e Laan.Wat opvalt, dat Kuipers als bodemafsluiting in de kruip-ruimtes, een laag kolensintels voorschrijft, omdat dat een droge kruipruimte gaf; en het was voor handen en goedkoop. Kolensintels zijn in deze tijd een milieubelastend product.Het verschil van tóen en nu bouwen is, dat een groot architect als Tjeerd Kuipers ook een bekwaam constructeur was en zelf sterkteberekeningen kon maken. In deze tijd zijn de constructeur en de adviseurs haast net zo belangrijk als de architect; die eigenlijk alleen maar kunstzinnig bezig is. Tegenwoordig zou men bij bouwwerken van dit formaat, zeker een bouwteam van 10 personen hebben samengesteld en had men het zonder hei.-of boorpalen en bronbemaling, zeker niet aangedurfd. Toch staat de toren nog loodrecht! 

Wordt vervolgd…….

Namens de Monument-en Concertcommissie,

Bé Leffers