Bestek deel 4 (Grote Kerk) PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Be Leffers, geplubiceerd door Jan Pentinga.   
Woensdag, 17 januari 2007

 

De Grote kerk heeft haar bestek terug (4). 

 

Het bestek – 2e gedeelte.

 

Architect Tjeerd Kuipers beschrijft in het bestek bouw (casco) kerk nauwkeurig hoe het metselwerk van de opgaande muren, buiten en binnen de kerk, moet worden uitgevoerd. In het algemeen 1,5 steens in kruisverband met een dunne voeg, vol en zat gemetseld van miskleurige en grijze waalformaat-klinker 1e soort. Kuipers legt veel nadruk op de maatvoering, schoon en zuiverheid van alle metselwerk, afgewerkt met gesneden voegen. Opvallend is, dat de lambrisering van schoon kalkzandsteen metselwerk uitgevoerd moest worden; voor in de kerk en in de portalen.Alle soorten omschreven metsel.-en pleistermortel “moeten worden opgeslagen in het bij het werk te stellen behoorlijk waterdichte kalkloods met de nodige afscheidingen tot berging, met een stenen of houten vloer. De bereiding der metselspecie moet geschieden met een mortelmolen, door de aannemer bij het werk te stellen (mortelmolen op hand-kracht gedraaid) en er moet een overdekte kalkput zijn”. “De banden in de gevels, aangegeven van klinkers, gedrenkt in warme koolteer, na vooraf de steen te hebben verwarmd.De ongebluste kalk moet op het werk geblust worden. De muren moeten worden schoongemaakt met geest van zout. Alle ijzerwerk zwaar geloodmenied. Alle vloerbalken moeten worden ingestreken met carbolineum”. Tegenwoordig niet denkbaar, met het huidige bouwstoffen-besluit en de arbo-voorschriften. Toch was Kuipers niet arbo-ongevoelig; hij schrijft veilig steigerwerk voor en er moest “zuiver frisch drinkwater en goed ingerichte privaten en een behoorlijke lokaliteit voor het schaften van de werklieden aanwezig  zijn”.  Wist u?-Dat er in de twee kolommen (zuilen) in de kerk twee stalen dinbalken, per zuil,  zijn ingemetseld? Dit was nodig om meer krachten op te vangen, van de grotendeels zelfdragende kapconstructie en voor het eventueel aanbrengen van een gaanderij.-Kuiper rekende af met trekstangen of trekbalken( die veel te zien zijn in oudere kerken); hij wilde een ruimtelijke kerk.-Ook creëerde hij 4 dragende binnenbogen op de kolommen; tevens een mooie overgang naar de twee zijbeuken in de kerkruimte.-Vergeleken met de zeer oude kerkbouw is het muurwerk licht uitgevoerd; dus minder gewicht en constructief sterk.-“2 schoorstenen voor kolenkachels”; die achter in de kerk hebben gestaan. Met de komst van de centrale verwarming –in 1925- is één schoorsteen afgebroken en de andere is nog in gebruik voor de verwarmingsketel.-Er komt naar voren dat Kuipers in zijn jonge jaren bij de beroemde architect H.P.Berlage heeft gewerkt. Er zijn overeenkomsten:kijk maar eens naar de Beurs van Berlage.De nadruk ligt daarbij op het fraai uitgevoerde metselwerk.-Het verschil van dit bestek, vergeleken met de huidige bestekken is: “Metselaars die hun vak niet verstaan, worden direct van het werk verwijderd”. In de huidige tijd blijkt, bij  restauratie, dat men voor dit beschreven metselwerk, een vakbekwame metselaar met een lamp moet zoeken.-Uurloon was toen 20 cent per uur en nu al gauw 35 € ex.btw.en je kunt hem maar zo niet naar huis sturen. Wordt vervolgd…. 

Namens de Monument.-en Concertcommissie, Bé Leffers.